Dreigende tariefonzekerheid voor ziekenhuizen
27 februari 2008 - A.Th. Meijer
NIEUWS - Als de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de procedures voor de invoering van maatstafconcurrentie op de markt voor medisch-specialistische zorg niet wijzigt, dreigt onnodige tariefonzekerheid voor zorginstellingen, stelt advocaat Alex Meijer in Het Financieele Dagblad van 25 februari.
De NZa zal in oktober de prijsplafonds vaststellen die vanaf 2009 voor de zorginstellingen gelden. Omdat die plafonds bepalend zijn voor de tarieven die de instellingen met de zorgverzekeraars kunnen overeenkomen, hebben zij er belang bij dat deze zo snel mogelijk definitief vaststaan. Als de NZa het voorbereidingsproces niet anders inricht, zullen de instellingen eerst bezwaar moeten maken, voordat zij hun prijsplafond door de bestuursrechter kunnen laten toetsen. Deze onnodige stap vertraagt de procedure met zeker zes tot acht maanden.
Prijsplafonds
In 2012 zal een groot deel van de markt voor medisch-specialistische zorg aan vrije prijsvorming worden overgelaten. Om de instellingen daarop voor te bereiden, worden zij vanaf 2009 door middel van prijsplafonds gedwongen geleidelijk efficiënter te gaan werken. NZa bepaalt de prijsplafonds door de prestaties van de instellingen onderling te vergelijken. Niet kan worden gegarandeerd dat de prijsplafonds in één keer correct zijn. De kans bestaat dat prijsplafonds zowel na bezwaar als na rechterlijke toetsing zullen wijzigen. Een zorgvuldiger voorprocedure zonder mogelijkheid van bezwaar verdient sterk de voorkeur. Het proces wordt daarmee sterk bekort. Ook wordt de tariefonzekerheid beperkt, doordat prijsplafonds niet tussentijds schuiven.
Ervaring uit de energieregulering leert dat een juiste procedure veel problemen kan voorkomen. Omdat Directie Toezicht Energie in 2000 de tarieven van netbeheerders op vervuilde gegevens baseerde, deden zich in de loop van de bezwaar- en beroepsprocedures die daarop volgden grote tariefverschuivingen voor. De gevolgen voor marktpartijen bleven gelukkig beperkt, omdat zij de onderdekking naderhand met hun eigen klanten mochten verrekenen. Omdat het daarnaast om gebonden klanten ging, leidden de tariefschommelingen niet tot marktverschuivingen.
Op de markt voor medisch-specialistische zorg is dat anders. Een instelling die lagere tarieven moet overeenkomen, omdat zij anders haar prijsplafond zou overschrijden, zal zich bekocht voelen als na toetsing door de bestuursrechter blijkt dat zij toch efficiënt was en een prijsplafond niet nodig was. Het is niet aannemelijk dat de zorgverzekeraars in dat geval alsnog met hogere tarieven zullen instemmen. Omgekeerde scenario's, voor zover mogelijk binnen de grenzen van het bestuursrecht, zijn voor instellingen nog schadelijker. Intussen doen zich marktverschuivingen voor die mogelijk niet plaatsvonden als de prijsplafonds meteen correct waren.
Rechterlijke toetsing
Gereguleerde marktpartijen zijn gebaat bij snelle rechterlijke toetsing. In het telecomtoezicht is de bezwaarprocedure voor reguleringsbesluiten al afgeschaft en krijgen marktpartijen slechts één kans bij de bestuursrechter. De ervaringen hiermee zijn positief. Het voordeel van een snelle rechtsgang weegt duidelijk op tegen het nadeel van verminderde rechtsbescherming. Door haar reguleringsbesluiten tot stand te brengen via een zogeheten uniforme openbare voorbereidingsprocedure, kan de NZa er zelf voor zorgdragen dat de bezwaarprocedure achterwege blijft. In het belang van alle partijen die onder de maatstafconcurrentie gebracht zullen worden, zou de NZa van die mogelijkheid gebruik moeten maken, aldus Meijer.
Prijsplafonds
In 2012 zal een groot deel van de markt voor medisch-specialistische zorg aan vrije prijsvorming worden overgelaten. Om de instellingen daarop voor te bereiden, worden zij vanaf 2009 door middel van prijsplafonds gedwongen geleidelijk efficiënter te gaan werken. NZa bepaalt de prijsplafonds door de prestaties van de instellingen onderling te vergelijken. Niet kan worden gegarandeerd dat de prijsplafonds in één keer correct zijn. De kans bestaat dat prijsplafonds zowel na bezwaar als na rechterlijke toetsing zullen wijzigen. Een zorgvuldiger voorprocedure zonder mogelijkheid van bezwaar verdient sterk de voorkeur. Het proces wordt daarmee sterk bekort. Ook wordt de tariefonzekerheid beperkt, doordat prijsplafonds niet tussentijds schuiven.
Ervaring uit de energieregulering leert dat een juiste procedure veel problemen kan voorkomen. Omdat Directie Toezicht Energie in 2000 de tarieven van netbeheerders op vervuilde gegevens baseerde, deden zich in de loop van de bezwaar- en beroepsprocedures die daarop volgden grote tariefverschuivingen voor. De gevolgen voor marktpartijen bleven gelukkig beperkt, omdat zij de onderdekking naderhand met hun eigen klanten mochten verrekenen. Omdat het daarnaast om gebonden klanten ging, leidden de tariefschommelingen niet tot marktverschuivingen.
Op de markt voor medisch-specialistische zorg is dat anders. Een instelling die lagere tarieven moet overeenkomen, omdat zij anders haar prijsplafond zou overschrijden, zal zich bekocht voelen als na toetsing door de bestuursrechter blijkt dat zij toch efficiënt was en een prijsplafond niet nodig was. Het is niet aannemelijk dat de zorgverzekeraars in dat geval alsnog met hogere tarieven zullen instemmen. Omgekeerde scenario's, voor zover mogelijk binnen de grenzen van het bestuursrecht, zijn voor instellingen nog schadelijker. Intussen doen zich marktverschuivingen voor die mogelijk niet plaatsvonden als de prijsplafonds meteen correct waren.
Rechterlijke toetsing
Gereguleerde marktpartijen zijn gebaat bij snelle rechterlijke toetsing. In het telecomtoezicht is de bezwaarprocedure voor reguleringsbesluiten al afgeschaft en krijgen marktpartijen slechts één kans bij de bestuursrechter. De ervaringen hiermee zijn positief. Het voordeel van een snelle rechtsgang weegt duidelijk op tegen het nadeel van verminderde rechtsbescherming. Door haar reguleringsbesluiten tot stand te brengen via een zogeheten uniforme openbare voorbereidingsprocedure, kan de NZa er zelf voor zorgdragen dat de bezwaarprocedure achterwege blijft. In het belang van alle partijen die onder de maatstafconcurrentie gebracht zullen worden, zou de NZa van die mogelijkheid gebruik moeten maken, aldus Meijer.
Er zijn nog geen reacties ontvangen...



































